Bloemen niet verwijderen S.V.P

Na de dood van Jan Derksen voelden Joan Berkhemer, Chris Kijne en ik de behoefte om wat gedichten te schrijven.  De titel is ontleend aan de tekst op een papiertje dat we een paar weken na de begrafenis op het graf tussen de bloemen vonden. Welk gedicht van wie is zeggen we niet. Of wellicht een andere keer. De eindredactie was in de vertrouwde handen van Willem Jens.

Doek.
Stem verstomt
Applaus ebt weg
Bravo’s gaan mee
Maar al jouw  bloemen resten
Dus die niet verwijderen
S.V.P. 

Mooi in de volle grond
In de volle grond
Mooi dat jij daar stond
Dat jij daar stond
Jij
Mooi dat die bloem daar stond
Dat die bloem daar stond
Die bloem daar stond
Daar.

In je ranke handen las ik
de bossen bij Nijmegen
Schubert nestelde zich
in geuren van dieselolie
Al wat niet te zeggen viel,
keerde naar mij weerom.

Daarna zag ik  je lopen
in de velden
Het licht viel vredig
op je neer
Oude boeken ontvingen
jouw gezongen woorden
Je schonk je muze
aan het liefste dier.

Toch
komt er een dag
waarop je zegt:
het leven gaat door
Ook jij,
toch.

De  bloem des velds
haar plaats
kent haar niet meer
Maar zij
de hare wel.

Het is:
Dat blijvend zoeken
Naar wat voorgoed verloren is
En eeuwig onvindbaar
Dat steeds weer spelen willen
In de zon die maar één keer jong was
Dat altijd maar proberen
En toch niet stuk gaan.

Twee min één is één
Dan blijft de één alleen
De halte waar hun reis begon,
lag  in de late zomerzon
Het hondje dacht:wat doe ik hier,
ik ben een ongelukkig dier
Ze houdt me stevig aan de lijn,
‘k zou liever bij mijn baasje zijn
Die is in het voorjaar weggegaan,
sindsdien vind ik er niets meer aan
Ik ben een ongelukkig dier
‘k ben liever overal dan hier
Toen kwam de tram
Ze stapten in
Het einde werd een nieuw begin.

Met mijn winterkreten
bereik ik de sterren nooit
langs beide polen
scheert een lijn
en snijdt de richting
van mijn zijn
dus blijf ik dakloos en
berooid met driften
eeuwenlang gekooid.

Voor het raam
Buiten de tuin
Zegt ze
Vroeger wist ik alles
Iedere plant
Elke bloem
Alle bomen
Het is allemaal weg
Niet de dood
Maar het vergeten
Is verdriet.

Ooit vind ik een plek
waar ik blijven kan
vlak aan het water wellicht
maar niet te ver van hier
dan bloei ik geluidloos door
en zeg zwijgend
dan zie ik voor altijd
hoe het allemaal anders was.
Dat niets was wat het leek.

Er zijn kleine geluiden, die,
terwijl ze in een nat bloembed liggen,
iets van een verre herinnering raken
maar heel even zien de massa’s toe
of alleen in vergeten dromen?
We spreken niet meer van pijn
het is zacht daar boven uit getild.

Onder bloemen
blijf ik rusten
Maar onder vonken
flonker ik
Ik zal dus
eeuwig in je horen
Want onder Verdi
slaap ik niet.